<

Haarlem 1955     Boekenkast
o

Vaak zat ik in het studeerkamertje waar mijn vader bijles gaf. Meestal zag ik daar alleen de ruggen van meester en leerling. De kamer was aan alle kanten van boekenkasten voorzien. Rechts van mij stond een kast waarin ik vanaf mijn twaalfde in grasduinde. Het waren zijn liefhebberijboeken. Ik las, maar vooral keek, de teksten waren nog te moeilijk.

Er waren veel boeken met politieke karikaturen, het ging vaak over de tijd tussen de twee wereldoorlogen. Één er van was van Albert Hahn.

Één karikatuur is me vooral bij gebleven. Ze ging over de relatie Nederland-Duitsland in die tijd. Een Hollandse in gesprek met een Duitser. Er werden twee personen afgebeeld. Een vrouw die niet alleen een Nederlandse boerin voorstelde maar ook het land 'Nederland'. Een Duitser met Lederhosen en een pijp die niet alleen een Duitser voorstelde maar ook een heel groot ander land, 'Duitsland'.

De prent deed me vaag aanvoelen dat er bij het verbeelden afstanden moesten worden afgelegd en dat een beeld "diepte" had. En een ander soort diepte dan de gewone diepte in straat of huis. Een verband leggen tussen twee landen door middel van het afbeelden van 'mensen' leek iets extra's op te leveren. Een beeld kon meer "bevatten" dan wat het op het eerste gezicht gaf. Het kon twee dingen tegelijk betekenen, het plaatje zelf, waarop twee personen werden afgebeeld, zei het al. Een paar met onzichtbare draden verbonden met een ander paar, heel ergens anders en van een heel andere aard.

Zo ontdekte ik dat een plaatje, een representatie, een middel was om een ruimte te maken. Je kon die twee voorstellingenn in vlakken neerzetten en als je die twee vlakken dan verbond met lijnen dan kreeg je een 'aquarium'. Op een blaadje deed ik het zo na.
o