<

1947-52   Enschede  1
o

Brand
o

Er was nog niet veel kleur in deze naoorlogse periode was . Extra reden om kleur op te merken en je er over te verbazen.

We woonden op de Haaksbergerstraat 570 aan de buitenrand van de stad. Er was verder op, naar de stad toe, een brand op de bovenverdieping van een huis dat op het onze leek. Er had zich al een groep kijkers verzameld, ik ging er bij staan. De brandweer was al met de bluswerkzaamheden begonnen.. De eigenaar van de woning kwam aan fietsen van de kant van de essen, de graanvelden tussen Enschede en Hengelo. Toen hij gewaar werd dat het zíjn huis was dat in brand stond, zag ik de man van kleur verschieten.
o

Twee keer per dag kwam er een gele bus voorbij, die behoorlijk snel ging. Wij speelden op de stoep maar één kind belandde per ongeluk op straat en de bus scheerde zó rakelings langs hem heen, dat hij met zijn fiets omviel en op het asfalt lag te spartelen. De buschauffeur stopte meteen. Ik zag hem uit de bus stappen, rood van schrik.
o

Ik was jarig en kreeg van mijn buurman een of ander vruchtenboom voor mijn tuintje. De boom was al groot en werd uitgegraven en over het lage rasterwerk getild. Aan mijn kant van het hek moest nu een groot gat gegraven worden. De zoon van de buurman die al volwassen was en verloofd, zou het wel even doen. Halverwege, het gat was al diep, slaakte hij, terwijl hij vertwijfeld in het gat keek, een kreet: "mijn ring!". Ik zag het bloed opstijgen naar zijn wangen, zijn gouden verlovingsring was in het al diepe gat verdwenen
o

Ik legde bij het waarnemen het accent op de blijken van emotie van diegenen die direct bij het incident betrokken waren. Zij vertelden me dat er iets aan de hand was. De hoofdzaken, de brand, het bijna ongeluk, de verlovingsring die in een gat gevallen was, leken op een tweede plaats te komen. Maar via het anker van die rode kleur die 'opkwam', dat blozen, kan ik me de voorvallen tot in detail herinneren. In wat voor een ruimte ze plaats vonden, waar degene die zo geschrokken was, zich bevond en waar ik als omstandertje stond te kijken. .
o

De chocolaterie

Reclame was iets moois. Één blok verderop was een chocolaterie. In de etalage stonden niet alleen schalen met chocoladebonbons maar ook een opalen rechthoekig paneeltje waarover lichtkleuren uitzwermden in een zacht wit licht. Er was blauw bij. Ik zag kleur niet alleen verschijnen maar ook verdwijnen maar wist niet dat dit soort bewegelijke kleur met elektriciteit te maken had. Zag wel een kort zwart gedraaid snoertje.

Ik associeerde die 'kleur' impressie niet alleen met nogal ongrijpbare 'lichtzwemen' maar ook en in tegenstelling daarmee met iets concreets, in dit geval iets lekkers.
o

Toverballen, tulp

Er op sabbelen en ze met enig vertoon uit je mond nemen en met verrukking kijken hoe ze van kleur veranderden.

Aan de toverbal kleeft het volgende voorval: een speelgenootje liet ons een grote toverbal zien die hij wilde verloten aan ons groepje kinderen. Hij zou hem verstoppen in onze voortuin en wie hem vond, mocht hem hebben. Wij popelden allemaal, gingen met zijn allen een poortje door en achter ons huis staan, totdat wij teruggeroepen werden. Toen ik daar weer stond, aarzelde ik geen moment en rende met zekere pas op een tulp af die rood was en niet alleen langer was dan de andere tulpen maar ook een grotere kelk had. Daar moet de toverbal wel in verstopt zijn! Het leek me logisch. Ik pakte hem er uit en liet hem blij aan het jongetje zien. Maar ik kreeg geen toverbal. Hij zei dat ik 'gekeken' had.
o

@!#$%^&*^^^^^^()!!!!!!!!.....   
o

Ik weet nu nog waar in het tuintje die tulp stond en wat ze voor mij betekende. Voor mij was het een wenkend teken: de tulp zou mij geven waar ik mijn zinnen op had gezet. Ook voor het jongetje was diezelfde tulp wenkend teken maar met tegengestelde boodschap: 'kom leg hem maar in mijn kelk. Daar is hij goed verstopt...dan kan je hem houden'. Er was een moment van identificatie voor nodig voordat ik hem deze gedachten kon toeschrijven.

Dat teken was subjectief. Voor beiden betekende het wat anders. Ook het werkwoord 'kijken' symbool voor 'je ogen gebruiken' werd door de één heel anders uitgelegd dan door de ander.
o

Kado

De gekleurde bal die ik kreeg toen ik vijf werd. Als een kleine wilde en dat was ik ook, keek ik er naar, hem minitieus tussen mijn handen draaiend naar alle kanten. Ik merkte op dat de kleurpatronen er er heel dun waren opgebracht en dat een glimmende laag de bal omsloot.. Dat er een extra schittering ontstond als het zonlicht er opviel, die er uit en naar me toe leek te springen.
o

Gespetter

Naar de lagere school gaan was een ingrijpende gebeurtenis. Toen bleek pas dat ik links was. ik schreef de eerste weken tegen de draad in. De kroontjespen verboog wat en bleef haken in het papier. De inkt spetterde. Opeens voelde ik een stevige hand, die resoluut de pen uit mij linkerhand wrong en hem naar mijn rechterhand bracht. Ik ging dingen aanleren, erbij leren, voorbij mijn eerste reflexen.
o