<
>

Haarlem 1952
o

Fingerspitzengefühl
o

In die tijd werden jurken nog niet gekocht maar zelf of door een naaister met behulp van een naaimachine en patronen in elkaar gezet.

Mijn moeder en ik gingen eerst samen naar stoffenwinkels. De grote rollen lagen klaar om door ons onderzocht te worden. Na een algemene beschouwing, kleur, motief en zichtbare structuur werden geinspecteerd, kwam de voeltest. We voelden aan de lappen, draaiden de rollen nog een stukje verder uit. We voelden ter vergelijk met wat we gezien hadden.

De structuur vergrootte zich uit door het gevoel in je vingers, je nam de lap tussen twee vingers (tussen duim en wijsvinger) en wreef dan over de stof. Soms kwam je dan tot een ander oordeel. En zei je, nee het is toch meer zus of zo. Of ja inderdaad!
o
o

Hier zit een gelijkenis met het visuele zintuig. Als je met duim en wijsvinger voelt, vergroot zich de structuur uit.. Als je met twee ogen kijkt.....verdiept het tafereel zich.
o
o

Vaak gingen we dan met een lap of een hele rol - de rollen waren nogal groot- naar buiten. Van kunstlicht gingen we naar daglicht en van daglicht naar kunstlicht. Het effect van kunstlicht en daglicht op stof moest vergeleken. Het was een routine die er bij hoorde. De norm was daglicht, althans als je stoffen kocht. Zoals het in daglicht er uit zag, zo wás het en zo hoorde het te zijn.. Als je laat thuis kwam en 's avonds het licht al aan gedaan was, dan noemde men de combinatie van de twee soorten licht: vals licht. Het was het elektrisch licht, die laatkomer, die zich met het daglicht vermengde.
o

verkort 2018