<

o

1954      Zeeslag     Haarlem
o

Zo'n vijf jaar later in Haarlem gingen we wel eens en famille naar het Frans Hals Museum. Eens gebeurde het dat ik dat ik naar een zeventiende-eeuws schilderijtje toe rende, daar even pal en paf stond, om vervolgens weer mijn familie achterna te rennen. Een zeeslag denk ik, maar het zou ook een baai of een haven kunnen voorstellen waar zich een flink aantal zeeschepen zich verzamelde. Er was op de voorgrond één kunstig aangebracht likje rode verf, miniem, een vlag geschilderd als een een verfstreekje. Rood de kleur waar het meeste 'kleur' in zit, die de meeste werking heeft. Het deed een soort crossover naar mij. Ik bleef er voor een moment gebiologeerd naar kijken. De indruk vergrootte zich uit. Het maakte dat andere op het tafereel minder zichtbaar. Het liet alles wat zich op dat schilderij afspeelde wolken, golven, andere schepen, horizon, achter zich.
o

Het schilderijtje was een en al gradatie met een verschiet dat niet voor niets verschiet heet. Maar dat rood had niet te maken met wat ik zág maar met tastzin. Dat kan natuurlijk niet echt, maar je kan het wel zo voelen. Die tastzin werkt zonder subtiele overgangen en vervagingen : opeens, plotseling is er iets. Zoals wanneer je in het donker niets vermoedend tegen een stoel aanbotst. Zo was het met dat rood: het wás er.

Het kijken of waarnemen was een beweging die ik met mijn hele lichaam uitvoerde. Dat kijken had body.