<

Over Biosemiotics, een boek van J.Hoffmeyer  brief aan Margreet Gilroy
o


Lieve Margreet,

Misschien ga je het boek interessanter vinden als ik er uit de losse pols iets over vertel en wat verbindingen maak met mijn werk. Zoals je weet werk ik met de zes elementen cirkel, vierkant, driehoek, rechthoek, trapezium en parallellogram die ooit door Euclides bedacht zijn. Soll Lewitt heeft dat rijtje mooi zo neergezet. Euclides leefde in een eigen en andere ervarings- en waarnemingswereld dan wij. Een hele tijd geleden. Ik las dat hij het parallellogram het laatst had bedacht. Je zou kunnen speculeren dat zijn reeks een soort codering of formalisering is van zijn - hellenistische, alexandrische - waarnemingswereld.
o

Gedeeltelijk is het ook die van ons, gedeeltelijk niet. We hebben er heel wat apparaten bij gekregen om waar te nemen en te ervaren. De wereld ziet er anders uit. Maar ook weer niet. Ik was in de jaren negentig in een gedeelte van Albanië dat leek op het oude Homerische Griekenland. Het land kwam net uit zijn isolement. De mensen waren niet veel anders wij. Maar toch - zo voelde ik het in die streek - een soort pre-renaissance, niet- perspectivische traditie. De visualiteit minder ontwikkeld, de tastzin meer.
o

In het boek van Hoffmeyer gaat het vaak over de waarnemingswereld van ééncelligen en microscopisch kleine diertjes, dus je zult wel gek opgekeken hebben. Als je weet dat die serie van 6 elementen (een soort ééncelligen) begint met een cirkel als basisfiguur, dan kan je met heel weing fantasie aan de organische wereld denken en met nog minder fantaisie aan de golf, natuurkundig verschijnsel, component van 'licht'. Deel de cirkel maar in tweeën en breng de stukken weer bijelkaar: de ene helft golft omhoog, de ander golft naar beneden

In het begin van de negentiger jaren was ik veel thuis in Nederland en ik herinner me hoe ik in de kamer stond en de laatste drie figuren van de reeks rechthoek, trapezium, parallellogram nadeed met grote gebaren en bevestigd kreeg dat ze ze in en uitelkaar groeiden en herhalingen van elkaar waren. Een herhaling is iets dat in de waarnemming terug komt. Met nadruk op het woord komen. In een omtrekkende beweging of 'loop', lus. Bij de volgende cyclus is het verschijnsel er weer, maar op een andere plaats in de tijd. Dan ziet dat verschijnsel er anders uit. Ik heb het boek maar één keer gelezen. Toch viel het uitelkaar, toen ik het uit had. Slecht gebonden of at ik het boek in mijn enthousiasme min of meer op? Ik had nog nooit over "quales" gehoord natuurlijk, Wel had ik in New York Peirce gelezen. Selecties uit zijn werk. Peirce sprak over "qualiteit" of hoedanigheid.

Ergens in het Hoffmeyer boek staat dat er bij de schepping of liever gezegd bij het creëeren van een levend systeem van het begin af aan al die quale's aanwezig moeten zijn. Zonder dat is het niet mogelijk om een geheugen op te bouwen. Dan is er niet iets om te herinneren. Alle grote maar ook microscopisch kleine dieren hebben een geheugen ook al steekt dat geheugen heel eenvoudig in elkaar. Dat geheugen zit bij mij bij in de derden. Er valt steeds genoeg te onthouden van de vorige figuren om het mee te nemen naar de volgende figuren. Je hebt gelezen in mijn tekst dat die Derden bij mij steeds een pakje kunnen doorsturen. Iets meenemen dat er al was..... en steeds meer naarmate de reeks vordert. Lfs, Heleen
o

PS Ook wordt er besproken dat alleen wij mensen en niet de dieren kunnen communiceren via symbolen . Bij dieren stopt het bij ikonische en deiktische (aanwijzende) referenties. Hij haalt daarbij de auteur Deacon aan.

Life is composed by molecules which manifest themselves as signs....Dit stond er ook nog. Hoffmeyer, welke bladzij. P15
o