<

Aan de Westcoast 1978
o

Ik maakte met mijn gezin een reis langs de West Coast van de USA. Men raadde ons aan naar een kolonie van de Hernhutters te gaan. Een protestantse sekte, in de 17e eeuw gesticht die nog steeds hetzelfde geloof beleed. We reden de hele dag door een leeg land om op onze bestemming te komen. De secte leden spraken een soort plat Duits en kwamen meteen een Bijbel aandragen in die taal geschreven. We liepen daar rond, we leken in het verleden te zijn door de kostuums en de taal. Er was een kleine kippenboerderij. Er werd schamel geleefd.

Opeens zag ik iets liggen in het gras en ik slaakte een kreet van emotie.. ik dook naar benedenen en pakte een emaille speelgoed-theekopje op. Het was van metaal en er was op geschilderd in lichte en matte lakkleuren. Bloem-motieven met op de bodem het "kopje" van Roodkapje. Het was aan alle kanten ingedeukt. . Ik zag opeens dat kleur met afstand in tijd en ruimte te maken had. Ik had nog maar net een hele lange afstand in kilometers afgelegd. Om uiteindelijk op een plek te komen waar net zo geleefd en gedacht werd als drie eeuwen geleden.

Dat kleine gekleurde kopje bracht de twee belevingen bijelkaar. Ze functioneerde als sluitsteen, clef de voûte. Expressie van het licht dat eindeloze afstanden in tijd en ruimte aflegt. En het was die materiële kleur die me dat liet zien. Die maar in één laag op dat objectje lag.
o

Door die onwillekeurige reactie, die hoorbare kreet, maakte ik deel uit van die reeks. Inzicht en emotie leken bij elkaar te horen, ze vormden een stel.

o