<



Equivalente structuren

Het productie veld dat bij het braille apparaat hoort en het productie veld in de mondholte

Wat? Equivalente structuren? Dat kan helemaal niet. De één, een apparaat ontworpen door een individu, een Fransman: een metalen lei waar je gaatjes in prikt, dat ik in mijn hand kan houden en waarbij de prikpen hoort, vergelijken met de ruimte in de mond? Integraal deel van ons lichaam? En door de natuur gemaakt? Een grap. Wat hebben ze gemeen?

Ze hebben in discrete systemen een logica van onderscheid gemeen.

Bij het Braille apparaat gaat het niet allereerst om een digitale code en het 'lezen' ervan. Het gaat eerst om het produceren van een veld dat dat voelen van hoogte verschillen met de vingers mogelijk maakt.

Bij de mond gaat het niet allereerst om klanken die een ander meteen al kan horen maar om het produceren van een veld dat het horen van klank voorbereidt.

Er moeten eerst wegen en kanalen aangelegd, tunnels gegraven, er moet over het weer gepraat en goede dag gezegd.
[picture]

uit A. Neijt DBNL Universele Fonologie.

Waar was dat fabriekje die werkplek die ik in het Braille apparaat ondekt had, waar met vezelachtig papier en prikpen een productie veld klaar gemaakt werd?

Op zoek met het sterke vermoeden dat er een zelfde werkplaats was nu het om taal ging, raadpleegde ik AI. Het wist wat ik al vermoedde. Er was inderdaad een 3d productie veld waar fysieke onderdelen en bewegelijke onderdelen van de mond met hun motoriek de lucht stroom op alle mogelijke manieren boetseren zodat er geluiden geproduceerd worden, noise., Vóór dat er representatie is voor de toehoorder.

Geloof maar dat er veel taalwetenschappers en geluidslaboratoria nodig geweest zijn, om te weten te komen wat er aan de hand was. Toen dat deel van 'spraak' of het gesprokene werd bestudeerd en uitgezocht, beleefde ik andere aventuren. En zat ik niet aan mijn buro.
[picture]

Ik kan het nu ook over de dubbele helix van het DNA hebben. Hoe het een conceptuele gelijkenis heeft met het braille systeem. Hoogstwaarschijnlijk. Bij het braille apparaat wordt het papier aan de achterkant in gedrukt, Er worden holletjes gemaakt. Aan de voorkant ga je de bolletjes voelen. Je 'schrijft' van rechts naar links en 'leest' van links naar rechts. Er is richting omkering (spiegelen) en er is complementatie hol, bol. De representatie verandert maar wat het wil zeggen blijft hetzelfde. DNA kent net zo goed die richtingverandering, kent net zo goed dat complementair maken. Kent net zoals braille codes en reeksen letters. Alleen bij DNA staan de letters voor chemische en biochemische stoffen, die gestuurd worden door allerlei regels. Ze kent vele ontdekkers en vele soorten apparaten die dienst hebben gedaan.

Hier komt nog een stukje.

Maar het gaat om een ruimere categorie dan die van structuren en hun omkeerbaarheden. Die omkeerbaarheden en richting veranderingen hebben een symmetrisch model. Ze zijn voorwaarden. Ze beschermen de genetische code. Ze beschermen de paren A en T. C en G.

De categorie van de tijd heeft het primaat. Tijd heeft een asymmetrisch model. Tijd met zijn attribuut duur. De figuur reeks legt een afstand af in de tijd.. Tijd die één kant opgaat. Denk aan de rivier die stroomt omdat er hoogteverschil is. Tijd duwt de figuur reeks voort. En gaat niet voorbij zonder gebeurtenissen. Ook niet zonder veranderingen. De figuren leggen een pad af, een traject. Een pad dat we zelf, vaak net zo blind als mijn leerling Lloyd, af moeten leggen. Dat pad heet geschiedenis

[picture]

                          Tijd gaat maar één kant op.

                          Maar ondertussen
[picture]

                          zijn er de lussen.

Het magisch vierkant

Gebouwen

Reeks 1

De Trechters

Vliegtuig van binnen. De grotere lus.



©  2025-2026 hy waterbolk