|
1978 Parelsnoeren en cocktailhapjes Opgeschreven 2013-15
|
|
1021 Park Road NW Washington DC, 20010
|
|
Na mijn verblijf in Bangkok ontdekte ik nog één keer een heel andere cultuur dan die van mijzelf. Dit keer was het de Verenigde Staten:
|
|
Ik kwam niet alleen in het diplomaten milieu terecht.
Ook schreef ik me in op de Corcoranschool of Art waar ik les kreeg van van kunstenaars uit de in die tijd befaamde Washington Color School. Zoals Leon Berkowitz and Gene Davis.
Je ging naar hun ateliers. Ze werkten in gesloten ruimtes, geen ramen. Het licht ontsnapte via hun doeken.
Besloot toen over te gaan op elektrisch licht. |
 |
|
Alles in je omgeving kan een inspiratie bron zijn, ook recepties en diners. Wat je ook maar ziet.
Parelsnoeren had ik nog nooit in zo'n grote getale zien glanzen. Het binnenkamerse licht gaf het tafereel een surreëel aanzien. De dames leken als een soort oesterachtigen de parels zelf geproduceerd te hebben zozeer dicteerden hals, schouderpartij en boezem de vormen van de snoeren .
|
|
Geinspireerd maakte ik kleine werken, waarbij ik de vormen over nam van bord- spelen. Tegelijk stelden de werkjes de strengen van de parelkettingen voor, die om de nekken van dames hun paden uitstippelden. Waarom nam ik eigenlijk de omtrekken van spelborden over? Ik denk dat ik op mijn manier probeerde mijn belevenissen naar buiten te brengen, op een doek te projecteren.
Leek het niet of ik bij elke worp van de dobbelsteen - net zoals bij Monolopy - naar een andere plek gestuurd werd?
|
![[picture]](images2/parel1.gif) |
![[picture]](images2/parel2.gif) |
|
Cocktailhapjes, met hun gesneden rechthoeken, vierkanten en cirkels waren ook het doelwit van mijn belangstelling. Er was de flonkering van de flessen rode wijn en hun reflecties op die hapjes die zelf al kleur hadden. |
|
Hier moet ik er tussen springen. De sprong maken van 2026 naar 1980. Die 'cocktailhapjes' die ik toen maakte waren een kleine persoonlijke doorbraak. Ik woonde te midden van een Noord Amerika dat een culturele bloeitijd beleefde. Het waren niet alleen de abstract expressionisten met hun kleurvelden maar ook de 'all over' schilderijen die schitterden. Schilderijen waar iedereen en ik ook naar keken. Pollock, Tobey en Agnes Martin met haar grids. Elke deel van het schilderij was even belangrijk. Dat idee van 'all over' maakte ik tot achtergrond om 'vorm' uit te laten komen. Om focus te krijgen. |
![[picture]](images/gbl.jpg) |
|
maten in inches. Ongeveer 45 x 60 cn.
|
|
Ik richtte natuurlijk mijn aandacht ook op de buitenwereld: de compacte massa's in de straten, toen nog nieuw voor me, de verkeerslichten die voetgangers en auto's -beiden in gedisciplineerde blokken- beschenen en het ritme van de stad bepaalden. De taxitekens die als wit schuim meegolfden met hun dragers, de taxi's.
|
 |
|
Niet veel later, terug in Den Haag, trok ik dat spel-achtige door naar mijn figuren, tekens die, juist omdat ze een reeks vormden, steeds losser refereerden aan hun 'betekende'. De figuren zouden immers uiteindelijk met elkaar relaties aangaan.
|
|
Een reeks die de trekken van een algoritme had. Een zich verminderende reeks, die leidde tot een soort oplossing. Algoritmen die toen al in de game cultuur een rol speelden.
|
 |
|
Flonkers stillevens
|
|
New York eind jaren zeventig
|
|
Musea Washington DC
|
![[picture]](images/corcoran.gif) |
|
Laatste schilderij gemaakt op de Corcoran School of Art. Ongeveer 1x1 meter.
|
|
|
|
|